aanpasbaarheidGebouwen worden meestal gerealiseerd met de intentie om tenminste tientallen jaren te functioneren. Gebruikers zoals organisaties veranderen echter voortdurend. Waar gebouwen die veranderingen niet of alleen tegen zeer hoge kosten kunnen faciliteren, botst dat.

Of het nu gaat om de veranderende individuele gebruiker, veranderende gebruikerseisen, het kunnen opnemen van voortschrijdende technologie of zelfs het kunnen faciliteren van een compleet nieuwe functie. In alle gevallen is het een groot goed als een gebouw plooibaar is.

Er is niet een vaste receptuur voor elke situatie, maar duidelijk is dat het van belang is dat de dragende constructie niet in de weg moet staan. Dat betekent liever kolommen dan schijven en als het schijven zijn dan met een geschikte beukmaat dan wel dat achteraf een doorbraak zonder veel overlast mogelijk is. Vooral ook het bereikbaar zijn van installaties en het treffen van voorzieningen, bijv. in vloeren, om achteraf systemen aan te kunnen passen dan wel uit te breiden, is van wezenlijk belang om aanpasbaar te kunnen zijn.

Kortom het is duurzaam om voorzieningen te treffen die het gebouw zo aanpasbaar mogelijk maken. Zoals Habraken ooit schreef: ‘We should not try to forecast what will happen, but to make provision for what cannot be foreseen’ (Habraken, 1990*)

Het is overigens een wijdverbreid misverstand dat aanpasbaarheid onbetaalbaar zou zijn. Praktijkvoorbeelden onder andere in het kader van Slimbouwen tonen aan dat de technologie die de aanpasbaarheid ondersteunt ook tot een efficiënter bouwproces leidt en daarmee zelfs uiterst concurrerend wordt.
* Habraken, J. N. (1999). Supports, The Urban International press U.K.