Artikel AQSI en circulaire economie[i]

Sociale duurzaamheid, sleutel voor succes in de circulaire economie?

De transitie naar een circulaire economie krijgt steeds meer aandacht, ook in de bouw- en installatiesector. Terecht want ‘de bouw’ is een materiaal-intensieve sector waardoor de impact en de uitdaging voor circulariteit hoog zijn. Tot op heden is dit echter een vrij technische discussie gebleven; de gebouwgebruiker staat er buiten. Is dat terecht? De impact van een andere manier van bouwen, van andersoortige materialen en van een veranderende kijk op het eigendom daarvan is groot en kan dit ook zijn voor de gebruiker van het gebouw. Maar alleen als een gebouw voor de gebruikers duurzaam is, kan het ook technisch en economisch duurzaam zijn. Maar hoe breng je die impact in beeld? Daarbij kan AQSI, de sociale duurzaamheidstool, behulpzaam zijn. In dit artikel een pleidooi voor het meewegen van belangen van en kansen voor gebouwgebruikers in de ontwikkeling van een circulaire bouweconomie.

Circulaire economie

De definitie van een circulaire economie ligt nog niet vast. Het samenwerkingsverband Circulair Ondernemen hanteert de omschrijving ‘een systeem dat bedoeld is om herbruikbaarheid van producten en grondstoffen te maximaliseren en waardevernietiging te minimaliseren.’[ii] Hoewel in eerste instantie productie en grondstoffen centraal lijken te staan, blijkt uit de voorbeelden dat het ook handelt om wijziging van samenwerkingsvormen tussen bedrijven en om een ander aanbod van producten en diensten. Pierik[iii] wijst in dit verband op de noodzakelijke samenhang tussen technologie en samenwerkingsmodellen.

Circulair bouwen

De uitgangspunten van die circulaire economie toegepast op de bouwsector moet leiden tot circulair bouwen. Dan ligt de associatie met materiaalkringlopen voor de hand, maar de definitie is breder. RVO[iv] omschrijft het als volgt: ‘Circulair bouwen kan de materiaalbehoefte helpen verminderen. Door efficiënter te ontwerpen, multifunctioneel te bouwen en de levensduur van gebouwen en bouwdelen te verlengen.’ Ook MVO-Nederland[v] benadrukt naast materiaalkringlopen het belang van flexibele inzet van gebouwen. De eerste kennismaking met circulair bouwen zal voor velen het begrip Cradle-to-cradle zijn geweest, in 2002 gedefinieerd en uitgewerkt William McDonough en Michael Braungart[vi] . De daaraan ontleende slogan ‘afval is voedsel’ zet aan tot een fundamentele herziening van de manier van kijken naar bouwafval. Met het in werking treden van het stortverbod van bouw- en sloopafval in 1996 was de bouwsector al voorbereid, alhoewel dat vooral  aanleiding geeft tot ‘downcyclen’ en nog niet automatisch leidt tot volledig gesloten materiaalkringlopen.

Op het vlak van materiaaltoepassing zijn er dan ook al diverse innovaties toegepast en leidt het denken in kringlopen tot andere keuzes, zoals de integratie van ecosystemen in de gebouwde omgeving. Over het algemeen beperkt circulair bouwen zich tot het streven naar een verbetering van de recyclebaarheid. Integratie van de andere aspecten van de circulaire economie, zoals de andere kijk op eigendom, staan nog in de kinderschoenen. Opvallend is ook dat er geen enkele aandacht lijkt te zijn voor de gebruikers van gebouwen.

Sociale duurzaamheid

De gebouwde omgeving is bedoeld voor mensen om te werken, wonen en recreëren. Duurzaamheid draait om People, Planet en Prosperity, circulariteit is uiteindelijk een randvoorwaarde hiervoor. Een centrale rol voor gebouwgebruikers lijkt daarmee essentieel. De dagelijkse praktijk is anders. Discussies over duurzaamheid en circulariteit gaan primair over energie en materialen, met de haalbare business-case als scherprechter. Prima voor Planet en Prosperity, maar waar zijn de People?

Gebouwen hebben invloed op mensen, op ons comfort, onze gezondheid, onze veiligheid, kortom op ons welbevinden. De invloed van onze gebouwde omgeving op ons allemaal is enorm: dat is de sociale impact. Die impact is grotendeels verborgen en weegt onvoldoende mee in de keuzes die we over onze gebouwen maken, zowel in de oude economie als bij het ontwikkelen van een circulair alternatief.

Gebruikers in een circulair gebouw

Gebouwgebruikers en een circulaire economie beïnvloeden elkaar wederzijds. Gebouwgebruikers zijn primair consumenten, die een andere vorm van bezit van gebouwen of andere eigenschappen van gebouwcomponenten zullen moeten accepteren. Zeker bij gebouwdelen met een grote onderhoudsbehoefte of een hoge mate van complexiteit, zoals installatietechniek, liggen er kansen. Ook de langjarige verantwoordelijkheid van professionele partijen voor gebouwonderhoud van bijvoorbeeld dak- en gevel liggen voor de hand. Dat betekent wel een herdefiniëring van de waarde van eigendom van vastgoed. De weerstand die hier tegen verwacht wordt, is wellicht slechts een kwestie van tijd, gezien de grotere maatschappelijke waardering voor gebruik ten opzichte van bezit bij jongere generaties.

Maar gebouwgebruikers hebben meer invloed. Gebouwen die een positieve invloed hebben op hun gebruikers, worden beter gewaardeerd en intensiever en toch zorgvuldiger gebruikt. Ze ontwikkelen daardoor een hogere waarde. Bovendien kan verwacht worden dat dergelijke gebouwen, ondanks jarenlang intensief en sterk wisselend gebruik, niet snel gesloopt zullen worden. Daarmee worden materiaalkringlopen ruimer. Door het jarenlange intensieve gebruik neemt het beslag op grondstoffen voor dat gebouw per saldo af: we doen meer met minder. Het is daarmee van belang om de aspecten die deze gebruikersinvloed bepalen, weer te kunnen geven.

AQSI

Om tegemoet te komen aan de vraag naar inzicht in de sociale duurzaamheid van de gebouwde omgeving is AQSI ontwikkeld. AQSI[vii] is een acroniem voor ‘Assessing and Qualifying on Social Impact’ en is ontwikkeld door Nieman Raadgevende Ingenieurs op initiatief van Rockwool Benelux op basis van de internationale bepalingsmethode EN-16309[viii]. Hoewel dit normblad in de titel spreekt over een ‘berekeningsmethode’ is er in feite sprake van een open framework van relevante aspecten die relevant zijn voor een beoordeling van de sociale duurzaamheid. AQSI vormt als het ware een schil over deze methode en stelt de gebruiker in staat op een gestructureerde manier de mate van sociale duurzaamheid op een transparante wijze in beeld te brengen. Daarmee kan het bijvoorbeeld ondersteunend zijn aan een Programma van Eisen, maar ook een beeld geven van de kwaliteit en verbeterpotentie van een bestaand gebouw, of van de gevolgen voor gebouwgebruikers van een ingreep.

Om de sociale duurzaamheid in beeld te brengen wordt onderscheid gemaakt in zes aspecten:

  • integrale veiligheid
  • gezondheid en comfort
  • aanpasbaarheid
  • toegankelijkheid
  • consequenties van en voor onderhoud
  • impact op de omgeving

AQSI is zelfstandig te gebruiken voor een assessment van de sociale duurzaamheid van een gebouw en is aanvullend op bestaande duurzaamheidslabels als BREEAM en GPR, zonder de pretentie te hebben zelf een dergelijk label te zijn.

AQSI als tool voor circulaire economie

Inzicht in de sociale duurzaamheid van een gebouw is cruciaal voor een beoordeling van de duurzaamheid van een gebouw. Die duurzaamheid van gebouwen is een onontkoombare randvoorwaarde voor een circulaire bouwsector. Bovendien kan van de sociale duurzaamheid een impuls uitgaan voor het ontwikkelen van een circulaire economie. Door de gebouwgebruiker te begrijpen en daar naar te handelen, neemt de kwaliteit van een gebouw toe en daarmee de intrinsieke waarde. AQSI is in dit verband een praktisch hulpmiddel om dat noodzakelijke inzicht te ontwikkelen en de juiste keuzes te maken voor het circulaire gebouw en voor de gebruikers daarvan.

Tot slot

De ontwikkeling naar een circulaire economie is pas net gestart. De vooruitzichten zijn goed, maar de uitdagingen zijn groot. De bouwsector vormt een logische schakel in die circulaire toekomst. Rekening houden met de impact voor de gebouwgebruikers lijkt in eerste instantie een complicerende factor, maar kan de sleutel zijn tot brede acceptatie en daarmee een boost voor de ontwikkeling naar een integraal duurzame gebouwde omgeving.

[i] Een verkorte versie van dit artikel is verschenen in andere media

[ii] https://www.circulairondernemen.nl

[iii] Pierik, mr. M.J. AKD Advocaten; Circulaire economie als groeimodel en uitdaging; op: Gebiedsontwikkeling.nu, november 2015

[iv] http://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/groene-economie/circulaire-economie/circulair-bouwen

[v] http://mvonederland.nl/dossier/circulair-bouwen

[vi] McDonough, W.  en Michael Braungart; Remake the way we make things; North Point Printing, april 2002

[vii] Voor meer informatie over AQSI zie www.aqsi.nl

[viii] NEN-EN 16309:2014; NEN-EN 16309:2014 Duurzaamheid van bouwwerken – Beoordeling van de sociale prestatie van gebouwen – Berekeningsmethoden

 

Datum: 20 september 2017
auteur: ir. H.J.J. (Harm) Valk, Nieman Groep